|
Mijn Iran Project
|
|||||||
|
|
|
|||||||
|
Juni 2004 Ik ben weer terug uit Iran met een hart en hoofd vol met indrukken. De eerste dagen heb ik alleen geslapen, zo moe was ik van de hitte (35C.), het stof, een keelontsteking, en heel veel praten met handen en voeten! De taal was een enorme barricade. Bijna niemand sprak engels en in het weeshuis al helemaal niet. Nu was dat voor het kontakt met de kinderen niet zo’n probleem, knuffelen kun je zonder woorden, maar met de begeleidsters en de leiding wil je toch wat uitwisselen. Alleen al het duidelijk maken wat ik daar kwam doen en waarom kostte uren. Ze wilden het maar moeilijk begrijpen, waren ook wat terughoudend en begonnen er steeds opnieuw over. Konden niet snappen dat zomaar een vrouw, helemaal alleen, uit een ver land naar Iran gekomen was om een handje te helpen! Ik heb het mezelf ook een paar keer afgevraagd! Gelukkig had ik na een dag een tolk, een jonge man die Farsi en duits sprak. Hij ontpopte zich al snel als een ware beschermengel. Een geschenk was dat, vooral toen ik een keelontsteking kreeg en een dokter nodig had! Iran is geen gemakkelijk land. Ik heb toch aardig wat reiservaring, maar dit land is heel specifiek. Dat komt vooral door de religieuze leiding van het land (dictatuur kun je wel zeggen) en alle verboden en geboden waar de mensen zich aan moeten houden. Vrouwen moeten echt in het zwart of iets aanverwants. Een chador of een lange jas en hoofddoek en dan wel alle haren eronder! Kleur is verboden en dat ging ik erg missen. Maar vooral het leven in onvrijheid en daardoor angst, is voor ons onvoorstelbaar. Je wordt nog steeds opgepakt als je aan politiek doet of je hoofddoek thuis laat. (wat ondenkbaar is!)Je voelt het alsmaar om je heen, meer dan dat je het merkt. En na een paar weken ging het mij bedrukken. De meeste mensen zijn erg vriendelijk en hulpvaardig maar blijheid zie je weinig op straat. Zelfs kinderen zie je weinig lachen. Mensen proberen er het beste van te maken binnen de opgelegde grenzen. De jongeren die ik gesproken heb, willen allemaal het land uit. Of om te studeren, wat vaak gebeurt, of om te emigreren naar Canada, de VS, Duitsland. Er is geen toekomst! Maar wel een ongelooflijk aantal jonge mensen na de geboortegolf begin 80er jaren. Ik ben benieuwd naar de verdere ontwikkeling van het land. En daarbinnen, in Kerman, is het weeshuis wat het doel van mijn bezoek was. Een weeshuis wat onderdeel is van een landelijke Welfare stichting en waar op dit moment veel kinderen uit Bam zijn opgevangen. Deze kinderen hebben de populatie zowat verdubbeld en vormen een aardige extra belasting voor medewerkers en voor de beschikbare ruimte. Er zijn baby’s,(25) er zijn peutertjes van rond anderhalf (15) en er is een hele grote groep van 2 tot 6 jaar (45).
Er zijn bedjes, ze hebben kleertjes en krijgen te eten. Dat viel me niet tegen, maar dan houdt het op. De baby’s liggen, de peutertjes zitten of liggen het grootste deel van de dag in bedjes met hoge spijlen en worden 2x per dag eventjes in een kleine kale ruimte losgelaten.
Van de grote groep zit een deel ’s morgens op een schooltje, de rest is de hele dag thuis. Het grootste deel van de dag zijn de kindjes in een kale ruimte en aan hun lot overgelaten. De leidsters die er zijn, die verzorgen en voeden en bewaken maar verder doen ze niks. Hebben ook geen idee dat ze nog wat anders zouden kunnen doen. (ik probeer voor hen ook een training te organiseren de volgende keer….) Zij zitten in de deuropening en letten op of er niemand naar buiten glipt. Af en toe wordt er een poging ondernomen om iets te doen met de kindjes maar altijd heel even. Alles gaat collectief en op vaste tijden: plassen, wassen, eten, drinken, slapen. De eerste keer dat ik me in de groep begaf, werd van alle kanten aan me getrokken en om mijn aandacht geschreeuwd. Ze verdrongen zich om door mij opgetild te worden of vastgehouden te worden. Ik kwam armen te kort.
Ik ben op de grond gaan zitten en binnen de kortste keren lag er een berg kinderen op me, over me, langs me. Schreeuwend, duwend, slaand, knijpend, dringend om AANDACHT en ook aanraking.
Ze zijn zo aan hun lot overgelaten die kleintjes. De groep is zo overweldigend groot. Wat moet dat onveilig voelen. Ze moeten vechten om zich staande te houden in de groep, om een plaatsje te hebben. Sommigen doen dit met veel geweld, anderen met veel geschreeuw of gehuil, weer anderen kruipen in een ver hoekje en kijken alleen maar met grote ogen in het niets en weer anderen liggen alleen maar of vallen op de grond in slaap. En altijd staat de tv keihard aan. Niets van zichzelf hebben ze. Er zijn ruimtes met bedjes en daar worden ze willekeurig in gelegd of gegooid, soms met tweeen. Geen knuffels of wat anders in je bed. Er is weinig speelgoed en wat er is, is voor iedereen. Wel wat anders als in dit land hier waar alle kinderen prinsjes en prinsesjes zijn. De eerste dagen zat ik uren en uren in de grote groep waar de nood het hoogst is. Vasthouden en knuffelen en aaien en kietelen en aandacht-aandacht-aandacht geven. Uitgeput kwam ik dan thuis met toeterende oren. Dat hield ik niet vol. Een deel van de kindjes begon zich snel heel erg aan mij vast te klampen en te hechten, dus heb ik gas terug genomen. Korte tijd in de groep en dan afwisselen met peutertjes en baby’s en dan weer kort in de grote groep. De peuters kenden me na een paar dagen ook en begonnen al van oor tot oor te glimmen in hun bedjes. Die kleintjes achter die spijlen, zag er toch een beetje uit als een gevangenisje. Bijna de hele dag in bed doorbrengen….
Maar beentjes werden door de spijlen gestoken en ik kietelde alle voetjes. Rituelen zijn snel geboren. Ondertussen was ik ook bezig met kontakten leggen en praten met mensen over hoe en waar ik het beste financieel kon ondersteunen. Want lieve mensen, de kleine zak met geld die ik gehoopt had bij elkaar te sprokkelen, was een ENORME GROTE zak geworden!!! Ongelooflijk hoe iedereen op mijn brief heeft gereageerd en hem weer doorgestuurd heeft aan anderen. Van alle kanten stroomde geld binnen. Ik was en ben diep geroerd door de bereidheid om te steunen en door de gulheid en goedheid van iedereen. Met zijn allen hebben we ervoor gezorgd dat er binnenkort in het weeshuis 4 part-time gespecialiseerde leidsters kunnen worden aangenomen voor een jaar, die de kindjes op emotioneel/psychisch nivo gaan begeleiden. Want op dat nivo ontbreekt iedere zorg. Deze jonge vrouwen zijn getraind in traumaverwerking door een kinderpsychologe. Zij kunnen dus specifieke aandacht geven en zorg bieden. Zij kunnen met kleine groepjes werken, zij kunnen om te beginnen de kinderen leren spelen, want zelfs dat kunnen ze niet. Ik vind het fantastisch dat ik dit hebben mogen regelen namens alle goede gevers. Voorlopig is er dus een jaar aandacht en begeleiding voor de kinderen! En wie weet, klop ik over een jaar nog eens bij iedereen aan! Maar dit is niet het enige wat geregeld is. Ik heb ook voor een jaar kleding toegezegd. Iedere maand zal een nederlandse vrouw die daar woont, een groot pakket t-shirtjes en ondergoed en broekjes naar het weeshuis brengen. Dit moet je zo regelen (werd mij door mensen op het hart gedrukt), want in Iran kun je niet een bedrag geven met de boodschap: dit is voor een jaar kleertjes. Dat geld verdwijnt….. En ik heb speelgoed gekocht. Veel bouwstenen, autootjes, papier, krijtjes. Voor de kleintjes blokken en grote autoos en voor de baby’s rammelaars en mobielen voor boven de bedjes. Een beetje kleur en muziek voor ze. Dit allemaal voor het weeshuis. De kinderpsychologe waar ik veel kontakt mee heb gehad, heeft in Bam zelf een grote tent (van Unesco gekregen) waar ze kinderen (van 6 to 12) opvangt en verder zijn er nog 4 straat-opvang-plekken. Daar worden ‘sochtends kleden neergelegd en ook daar komen kinderen heen. Allemaal heel primitief, maar broodnodig. De kinderen hebben daardoor een plek waar ze kunnen komen en waar ze opgevangen worden overdag. Veelal gebeurt dit door jonge meisjes uit Bam die zelf de aardbeving hebben meegemaakt en ook hun familie hebben verloren. Mehra, de kinderpsychologe begeleidt hen (samen met andere vrijwilligers) en zij vangen de kinderen mee op. Ook wordt geprobeerd om iets van scholing weer op te zetten. Aan dit project heb ik ook een flinke donatie gedaan. Zij hebben van alles nodig. Schoolspullen, educatief speelgoed, veel papier ook, krijt, voorleesboeken enz. Ook willen zij de straatopvang wat beter inrichten. Samen met Mehra heb ik een auto vol spullen gekocht voor deze opvangprojecten in Bam. Het gedoneerde geld is bij haar in goede handen, zij is het welzijn van kinderen helemaal toegewijd.
Is het niet geweldig? Het is meer als ik had durven hopen en meer als een druppel op een gloeiende plaat! Veel meer! DANK DANK DANK AAN JOU, AAN JULLIE!!!!! Ik heb het plan om over een half jaar terug te gaan. Dit project krijgt een vervolg…..! Maar eerst heb ik tijd nodig om alle indrukken te verwerken en bij te komen. Het was geen gemakkelijke reis en het heeft me aardig wat energie gekost om de wegen te banen waarlangs ik mijn “missie” kon volbrengen. Maar het is gelukt en ik kijk tevreden terug. |
||||||||
|
|
|
|||||||
|
|
Copyright © 2004-2009 Rina Vromans. All Rights Reserved. |