|
Berichten uit Iran
|
|||||||
|
|
|
|||||||
Rina's kleuterleidstersBob van Huët, Journalist De GelderlanderKerman (Iran), februari 2005Iran is een chronisch rampgebied. De aardlagen schuren hier permanent langs elkaar. Elke dag van het jaar wordt wel ergens een beving gemeten. Meestal kleintjes, maar soms grote. Bam, dankzij dadelproductie en handel een welvarende stad, werd zo op Tweede Kerstdag 2003 goeddeels weggevaagd. Er vielen minstens 27.000 doden. Honderden kinderen verloren hun ouders. Net als later bij de Tsunami stond de wereld klaar om te helpen. Ruim 1,2 miljard dollar werd toegezegd voor hulp en wederopbouw van Bam. Anderhalf jaar later blijkt minder dan een kwart van die internationale beloften ingelost. Daarvoor zijn verschillende oorzaken aan te voeren. Een daarvan is dat Iran zich niet zo maar laat helpen. Dat heeft te maken met religie, nationale trots en een historisch wantrouwen jegens het buitenland en met name het westen. Ten tijde van de Iraans-Iraakse oorlog steunden wij bijvoorbeeld Saddam Hussein. Het valt ook niet mee te werken in Iran, dat drijft op steekpenningen en vriendjespolitiek. In de corruptie index van 2004 van het gezaghebbende instituut Transparency International deelt Iran de 98 plaats, met Roemenië en de Dominicaanse republiek. De corruptie bereikte overigens een dieptepunt onder het vorige regiem, dat van de sjah, een andere vriend van het westen. Waarom deze inleiding bij een stukje over het goede en succesvolle werk van Rina Vromans voor de weeskinderen van Bam? Om een idee te geven hoe vasthoudend en bevlogen je moet zijn om zulke gecompliceerde omstandigheden voor elkaar te kunnen krijgen wat Rina heeft gedaan. Uit haar initiatief is een netwerkje gegroeid van bevlogen en vooral praktisch ingestelde Iraanse en Nederlandse vrouwen. Tijdens een recente reportage in Iran heb ik kunnen zien hoe het ze vergaat, de kinderen die zijn ondergebracht in een door Rina (op basis van giften van heel veel lieve familie, vrienden en bekenden) gesponsord weeshuis. Dat laatste klinkt groter dan het is. Want een van de weeshuizen is neergezet door een Japanse hulporganisatie; een ander wordt in stand gehouden door een charitatieve, Iraanse, stichting. Maar aan muren en een dak alleen heb je niet zo veel. Kinderzorg is meer dan een gebouw met slaapplaatsen. Het is Rina gelukt dat in praktijk te brengen binnen de starre staatsstructuur. Vier, speciaal getrainde, parttime kleuterleidsters heeft ze er aan het werk kunnen stellen op een manier die aansluit bij haar eigen ideeën. De impact daarvan is onmiskenbaar, zeggen mensen die dezelfde weeskinderen een jaar geleden hadden gezien en toen - met Rina - constateerden dat ze vooral op zichzelf waren aangewezen. Dat is niet meer zo. Rina's kleuterleidsters hebben de sfeer in het weeshuis verbeterd. Ze lachen, spelen en knuffelen met de kinderen. Ze doen spelletjes en laten ze tekenen. Dat heeft ogen geopend, zegt vriendin Truus die ter plaatse waakt over de besteding van de fondsen uit Nederland. Bijvoorbeeld de ogen van het andere personeel van het weeshuis dat doorgaans slecht of helemaal niet is opgeleid en dat lange tijd ook niet beter wist te doen dan er maar bij te zitten of de glimmende vloer nog maar een keertje te schrobben. Dat ook deze goed willende dames de afgelopen maanden het nodige hebben opgestoken van de aanpak van Rina's kleuterleidsters - en dat nu ook zelf in de praktijk beginnen te brengen - is misschien wel het grootste compliment aan de verre vriendin uit Molenhoek. |
||||||||
|
|
|
|||||||
|
|
Copyright © 2004-2009 Rina Vromans. All Rights Reserved. |